Soolantra en rosacea: is een jeukende uitbraak echt ‘die-off’?

Getekende tube en wangcontour met rode plekjes bij rosacea, zonder diagnose van een opvlamming.

Een korte opflakkering na de start is mogelijk, en de productinformatie noemt een reactie op afstervende Demodex-mijten als mogelijke verklaring. Maar jeuk en uitslag bij één persoon bewijzen niet dat dit het mechanisme is. Dezelfde productinformatie noemt huidirritatie, jeuk, contactdermatitis en verergering van rosacea als mogelijke ongewenste reacties. Bij ernstige verslechtering met een sterke huidreactie adviseert de tekst te stoppen en medisch te laten beoordelen (Soolantra SmPC).

De twee grote gerandomiseerde studies lieten een betere rosacea-uitkomst zien op twaalf weken. Zij tonen geen afzonderlijke, voorspelbare ‘mijtenmigratie’ bij iedereen in de eerste dagen aan (gerandomiseerde studies). Het verschil tussen die twee uitspraken is precies waar een forumvraag over een nieuwe jeukende uitslag om draait.

Het belangrijkste in het kort

  • De SmPC noemt een tijdelijke verergering die meestal binnen een week verdwijnt bij voortzetting, mogelijk door een reactie op afstervende Demodex-mijten. De formulering is voorzichtig: zij stelt de oorzaak bij een individuele patiënt niet vast (Soolantra SmPC).
  • In twee gerandomiseerde studies was de huid na twaalf weken vaker vrijwel of helemaal vrij van rosacealaesies met ivermectinecrème dan met de crème zonder werkzame stof. De eerste dagen zijn geen afzonderlijke hoofdmaat voor het ‘die-off’-verhaal (studies).
  • In een forumvraag kreeg iemand na enkele dagen roodheid en jeuk. De poster meldt dat de dermatoloog tijdelijk stoppen voorstelde, terwijl die zelf overwoog door te gaan. Foto’s laten het beloop zien, maar geen oorzaak (forumvraag).

Wat betekent ‘die-off’ eigenlijk als verklaring?

De productinformatie gebruikt het als mogelijke verklaring voor een tijdelijke verergering, niet als thuistest. Zij zegt dat rosacea kort kan verergeren, doorgaans binnen een week kan afnemen bij voortgezet gebruik, en dat dit kan passen bij een reactie op afstervende Demodex-mijten (Soolantra SmPC). Dat is meer dan een gerucht van een forum: de mogelijkheid staat in het officiële productdocument. Tegelijk is ‘kan passen bij’ iets anders dan ‘is bij mij bewezen’.

In hetzelfde document staan roodheid, irritatie, jeuk en contactdermatitis tussen de mogelijke ongewenste huidreacties. Het noemt ook andere bestanddelen van de crème die lokale reacties kunnen geven. Een nieuwe uitslag heeft daardoor meerdere mogelijke verklaringen, zelfs binnen één document. De claim dat mijten naar een andere plek in het gezicht migreren staat niet in deze productinformatie of in de twee gerandomiseerde studies. Dat deel van het forumverhaal heeft een andere bewijsstatus dan een tijdelijke opflakkering.

Waarom is die verklaring zo aantrekkelijk?

Omdat zij een vervelende eerste week van een betekenis voorziet. Als een nieuwe uitslag een teken van werking lijkt, wordt doorgaan psychologisch makkelijker. Maar dezelfde klachten kunnen ook reden zijn om de behandeling te heroverwegen. De productinformatie noemt zowel een mogelijke voorbijgaande opflakkering als reacties op de crème zelf en maakt voor een ernstige, sterke huidreactie een ander onderscheid: in dat geval moet behandeling worden gestaakt (Soolantra SmPC).

Daarom is de intensiteit en het verloop van de reactie interessanter dan de bijnaam ‘die-off’. Een lichte toename die weer afneemt en een snel erger wordende, sterk reagerende huid zijn niet dezelfde observatie. Het forum kan helpen om een vraag te formuleren, maar het kan zonder onderzoek van die specifieke huid niet vaststellen welke situatie speelt.

Wat vonden de twee gerandomiseerde onderzoeken precies?

Verbetering van laesies en van de door de onderzoeker gescoorde globale indruk (IGA) op twaalf weken, vergeleken met het voertuig. Dat is de uitkomst zoals die in de onderzoeksliteratuur staat, en het is een vergelijking tussen groepen op een vast moment (de gerandomiseerde onderzoeken). Het voertuig is de crème zonder het werkzame bestanddeel. Die vergelijking bestaat juist om te kunnen scheiden wat van ivermectine komt en wat van de crème zelf, van de regelmaat van het aanbrengen, of van het natuurlijke beloop van rosacea. Zonder dat voertuig zou elke verbetering aan van alles kunnen worden toegeschreven.

Wat zo’n opzet oplevert, is een verschil tussen groepen na twaalf weken. De gepubliceerde samenvatting rapporteert statistisch betere uitkomsten vanaf week vier en vermeldt dat bij de ivermectinegroep minder dermatologische bijwerkingen werden gemeld dan bij het voertuig (gerandomiseerde studies). Zij rapporteert geen dag-tot-dag patroon van jeuk of telling van migrerende mijten. De hoofdmaat op week twaalf kan dus niet aangeven wat een uitslag op dag vier bij één deelnemer betekende. Een gemiddelde uit een studie spreekt een individuele klacht niet tegen; het bepaalt ook niet de oorzaak ervan.

Welke klachten noemt de productinformatie zelf?

Branderigheid, irritatie, jeuk, droge huid en verergering van rosacea staan in de SmPC; ook contactdermatitis wordt genoemd (Soolantra SmPC). Dat is een lijst van mogelijke klachten, geen manier om een oorzaak bij een individuele huid vast te stellen. Branderigheid kwam in de trials als vaakst gerapporteerde reactie voor; irritatie, jeuk en droogheid kwamen elk bij ten hoogste een procent van de behandelde deelnemers voor. Meldingen na de marktintroductie worden in de lijst apart aangeduid.

De tekst over werking is eveneens zorgvuldig: het precieze mechanisme bij rosacea is onbekend, maar kan samenhangen met ontstekingsremming en het doden van Demodex-mijten. Een tijdelijke verergering kan daardoor passen bij afstervende mijten; zij hoeft daar niet door te komen. Bij een ernstige verslechtering met een sterke huidreactie noemt de SmPC stoppen met de behandeling. Voor iemand met een nieuwe, aanhoudende of sterke uitslag is overleg met de behandelaar nuttiger dan het zelfstandig labelen als die-off.

De waarschuwingen gelden voor een topicale crème voor rosacea. Een orale ivermectinetablet heeft een andere toepassing en kan er niet voor worden ingeruild.

Kan iemand aan het huidbeeld zien wat er speelt?

Nee, en dat geldt ook voor een foto. Roodheid en jeuk passen bij een reactie op het product, bij het beloop van de aandoening zelf, of bij een voorbijgaande opflakkering zoals de SmPC die beschrijft; het uiterlijk alleen kiest daar niet tussen (de productinformatie van het topicale product). De foto’s bij de forumvraag veranderen dat niet: een beeld vastleggen is iets anders dan een oorzaak vaststellen, en dat geldt ook wanneer het beeld duidelijk genoeg lijkt om een diagnose te suggereren (de forumvraag op r/Rosacea).

Wat een consult wel informatie geeft, is het verloop in de tijd en de context eromheen: wanneer begon het, hoe snel veranderde het, wat is in dezelfde periode nog veranderd, en hoe zag de huid eruit voor de start. Dat zijn observationele gegevens en geen bewijs van een mechanisme, maar ze zijn bruikbaar voor de vraag die voorligt, namelijk of deze huid dit product verdraagt. Een dermatoloog kan daar iets mee; een theorie over mijten voegt aan die afweging niets toe.

Wat vertelt de forumvraag wel, en wat niet?

Ze vertelt dat dit patroon bestaat en dat het verwarrend is. Ze vertelt niet hoe vaak het voorkomt en niet wat de oorzaak in dit geval was. De post beschrijft een rode, jeukende uitslag die na een aantal dagen opkwam, met de vraag of mijtenmigratie een rol speelt (de forumvraag op r/Rosacea). De dermatoloog van de poster stelde voor om een paar dagen te stoppen; de poster woog af of doorgaan beter was. Dat zijn twee beschrijvingen van een afweging in één consult, geen uitkomsten. Reacties onder zo’n post zijn bewijs dat de vraag leeft, niet bewijs van een frequentie en niet van een mechanisme. Er is geen noemer: niemand weet hoeveel mensen het product gebruiken zonder klachten te melden. Wie van een handvol posts een percentage maakt, doet iets wat de gegevens niet toelaten.

Het voorstel om tijdelijk te stoppen is een klinische afweging in die specifieke situatie, geen protocol om over te nemen. Dat de SmPC bij een ernstige sterke huidreactie stoppen noemt, onderstreept waarom de ernst in een gesprek met de dermatoloog relevant is. Stoppen en kijken verandert het beloop, maar vertelt op zichzelf nog niet welke verklaring in het spel was. Dezelfde onzekerheid blijft dus staan, alleen met een andere uitkomst erbij.

Is topicale ivermectine hetzelfde als orale ivermectine?

Nee. De toedieningsvorm verschilt, en daarmee het product waar het hier over gaat. De onderzoeken en de productinformatie waarop dit artikel steunt gaan over een topicale crème met 1% ivermectine voor rosacea (de gerandomiseerde onderzoeken, de productinformatie van het topicale product). In het assortiment staat een orale vorm, Stromectol, en niet de crème Soolantra. Dat verschil in toedieningsvorm is hier geen detail: het product uit de onderzoeken en het product in het assortiment zijn niet uitwisselbaar, en de orale vorm is geen vervanging voor de topicale behandeling uit die studies (ivermectine in het assortiment). Wie onderzoeksresultaten over een crème leest en vervolgens naar een ander product kijkt, moet die sprong zelf benoemen in plaats van hem te maken.

Welke vraag neem je mee naar een dermatoloog?

Een vraag over jouw beloop, niet over een mechanisme waar je al aan vasthoudt. Wie met een theorie het consult in gaat, krijgt meestal een oordeel over de theorie en niet over de huid. Wie met een verloop komt, geeft de dermatoloog iets om mee te werken. Formuleringen die dat doen: op welke dag begon het, hoe zag het er de dagen daarna uit, is er in dezelfde periode iets anders veranderd, en wanneer zou u verwachten dat het beter gaat? En de vraag die de forumdiscussie het beste vervangt: als dit niet van het product komt, waaraan moet ik dan denken?

Het onderscheid dat de gegevens wel dragen, is dit. Dat de crème in twee gerandomiseerde onderzoeken op twaalf weken beter presteert dan het voertuig, is iets anders dan dat een specifieke rode, jeukende huid in de eerste week automatisch door afstervende mijten komt (de gerandomiseerde onderzoeken). De eerste uitspraak is onderbouwd. De tweede is precies het punt waar de forumvraag, de bijsluiter en de foto’s tegen hun grens aanlopen. De vraag die dan overblijft, is welke van die twee je op dat moment wilt laten beantwoorden, en door wie.

Bronnen